De zachte school

08aElk jaar zo tegen september duikt de vraag weer op hoe schadelijk schooltasboekenkilo’s zijn voor broze kinderrugjes. Een zinloze vraag. Anno 2015 hoef je eigenlijk geen leermiddelen meer mee te zeulen naar een afgelegen leerplek. De school is overal om je heen, always on.

Op termijn zullen online en offline wereld met elkaar versmelten in open leergemeenschappen die het huidige schoolsysteem overbodig maken. Softplace 3.0 is een netwerkgemeenschap waarin de lerende centraal staat en niet de hiërarchie. Dat klinkt mooi, maar wat houdt het in? In zijn (gratis downloadbare) studie over Softplaces laat Robert de Vaan zien hoe nieuwe technologie terugkeer mogelijk maakt naar de oervorm van onderwijs: gewoon buiten, waar je bent. Dankzij nieuwe technologie kunnen we opener, intelligenter en persoonlijker leven en leren. Educatie bestaat daarbij niet meer uit een plek die faciliteiten biedt, maar een stimulerende plek die interesses en ervaringen samenbrengt en die uitnodigt om uit te wisselen en samen te werken. De Griekse Academie was immers ook geen gebouw, maar een gesprek, een kritische houding. Alles mooi en wel… maar hoe realiseer je zoiets?

Wie een goed onderbouwd verhaal wil over hoe de constructivistische ideeën van filosoof/pedagoog John Dewey als Softplace 1 de basis legde voor deze ontwikkeling, heeft aan De Vaans studie fijn en compact leesvoer. Interessant daarbij is dat zijn vertrekpunt niet de school is, maar het museum, dat hij evenveel kansen geeft om een dominante rol te spelen als initiator van toekomstige leeromgevingen. Hij licht die rol toe aan de hand van het voorbeeld van Tate Modern (Londen) en Beeld en Geluid (Hilversum), twee instellingen die rigoureus kozen om de persoonlijke ervaring centraal te stellen en om digitaal niet dienend te laten zijn, maar door de hele organisatie te laten lopen.

Een nieuw schoolsysteem vraagt nieuwe vaardigheden, die in huidige bestel niet echt van de grond komen omdat, zoals De Vaan fijntjes opmerkt, ‘hetzelfde systeem dat onderuitgehaald moet worden dient te voorzien in het leren van vaardigheden aan docenten om deze stap te zetten’. Misschien iets teveel gevraagd, dus nam hij maar vast de analoge en digitale vaardigheden op die nodig zijn om in in een Softplace actief te kunnen zijn (co-creatie), receptief (co-ontvankelijk) en reflectief (co-curatief).

  • Actief creëren: kennis verwerven door luisteren, onderzoeken, testen, standpunten innemen en debatteren.
  • Interactief, sociaal leren: verschillende gezichtspunten leren kennen en waarderen.
  • Constructief, experimenteel, spelend leren: door spel verkennen van mogelijkheden, kansen, trial and error.
  • Complex, disruptief: tegengeluiden en onzekerheden opzoeken.
  • Autonomie: autonome leerruimte aan lerende toekennen, waar ze het eigen leerproces verkennen en invullen.
  • Technologie/mindware: gereedschap onderzoeken, vragen wat het ons verder kan helpen.
  • Evalueren: continu kijken wat leren en delen oplevert en moet zijn.

Softplaces sluit af met een handvol bruikbare aanbevelingen voor het omvormen van school, museum of bibliotheek tot een learning meeting place. Als een soort cliffhanger zal ik ze hier niet allemaal noemen, maar twee daarvan wil ik niet ongenoemd laten.

Be a disruptor, not an computer: Prikkel en verleid. Wees een vriend, deel met vrienden. Formuleer een contentstrategie die ook voorziet in het onverwachte en tegendraadse (onder andere met ‘wtf-colleges)’.

Keep it beta: Schaaf niet te lang door, maar gooi het eruit. Reserveer 50% van je budget van het project voor na de lancering.

Het motto van die laatste sluit naadloos aan bij het uitgangspunt van een Softplace: release early, often and with rap music. Yo, bro Vaan!

LINKS

 

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>